Vanochtend zijn we met de bus naar het Jigokudani Yaenkoen park gegaan. Of in goed Nederlands: het snow monkey park. Jidokudani betekent "helse vallei", vanwege de warmwaterbronnen en de stijle afgronden. Onderweg kom je langs de M-wave Arena, waar tijdens de winterspelen van 1998 de schaatswedstrijden werden gehouden. Sven Kramer heeft hier nog steeds een baanrecord op de 5.000 en 10.000 meter.
De rit naar het apenpark duurt een minuut of 50. In een touringcar met Duitsers. Die lijken hier met een groepsreis terecht gekomen te zijn. Het park ligt een stukje in de bergen (op 850meter). Vanaf de bushalte moet je nog een kilometer of twee lopen om bij de apen terecht te komen.
Het was in Nagano vandaag een graad of 4. In het park was het net onder nul. Wel mooi, omdat er nog een beetje sneeuw was gevallen, maar op sommige stukken was het flink glad. We hebben over de 1,6 kilometer zo’n 45 minuten gedaan:
De apen werden voor het eerst gefotografeerd in de jaren 50, door Tomio Yamada. Ze werden wereldwijd bekend toen er in 1970 een op de cover van Life Magazine stond:
De apen die er rondlopen zijn Japanse Makaken. De groep die hier leeft is voorzover bekend de enige groep ter wereld die in warmwaterbronnen rondhangt. Een aap wordt gemiddeld tussen de 25 en 30 jaar oud.
Er leven er rond de 150. 'S avonds trekken ze zich terug in de bergen en 's ochtends komen ze terug om in het warme water te chillen.
De apen schijnen het gedrag van badende mensen in een nabijgelegen onsen te hebben gekopieerd. Tegenwoordig komen ze daar ook nog steeds, dus soms zitten gasten samen met de apen in het bad.
Er waren er een aantal in de sneeuw aan het klooien. Op zoek naar eten, zo leek het:
Een beetje spelen in het water:
En naar domme toeristen kijken:
Ze trekken in ieder geval een flinke lading bezoekers, dus het is goed voor de economie in de omgeving:
Een appelflap met ijs, bij een eettentje op weg naar beneden:
En een koffie, met een apenmarshmallow erop:
“Thank you for coming to Snow Monkey Park”, en toen weer een uur terug lopen:
Op weg terug naar Nagano zijn we in Obuse gestopt. Bij de Gansho-in tempel was het laatste meesterwerk van Hokusai te bewonderen.
Een oud houten beeld, bij de poort naar de tempel:
Het schilderij is 6 bij 6 meter groot, gemaakt op 12 panelen die aan het plafond bevestigd zijn. Hij maakte het werk 1 jaar voor zijn dood, toen hij 89 jaar oud was. Het schilderij heet ‘Happo-Nirami-Hoozu’ (phoenix die alle kanten op kijkt). De ogen van de vogel volgen je door de kamer heen.
De putdeksels in Obuse, met een golf erop:
Grappig bier bij de supermarkt:
Op weg terug naar het station kwamen we langs het Takai Kozan Museum. Het museum is gebouwd rondom een huis van 350 jaar oud:
Binnen hingen tekeningen uit die tijd:
De laatste stop in Obuse was het Hokusai Museum. De kunstenaar schijnt meer dan 30.000 werken te hebben gemaakt. Hij werd wereldwijd bekend om zijn werk "The Great Wave off Kanagawa”:
Het museum was niet heel bijzonder, ze hadden een hoop tekeningen en een paar wagens die gebruikt werden voor een optocht, uit 1845:
De panelen uit de bovenkant van de wagens stonden los tentoongesteld:
Aan de buitenkant van het museum, een kopie van een deel van het schilderij uit de tempel:
Vanaf Obuse was het 40 minuten terug naar Nagano, vanaf een klein stationnetje:
In de trein hadden ze “Limited Airconditioning”. Oftewel: een ventilator aan het plafond:
Arukuma, sinds een jaar of 10 de mascotte van Nagano:
’S avonds zijn we katsudon gaan eten. Dit is een variant op tonkatsu, waarbij je alles in 1 bowl geserveerd krijgt: rijst op de bodem, kool er bovenop en daarbovenop de stukken vlees:























